(placeholder)

SJEF JANSEN PLANECOLOGIE houdt zich bezig met een aantal thema’s, die sterk aansluiten op de actualiteit. Planecologie moet ervoor zorgen dat ecologie een meerwaarde oplevert bij ruimtelijke projecten.

ONTWERP EN NATUUR.  Ecologen zijn vaak wetenschappelijk opgeleide biologen die zich sterk laten leiden door kennis en analyse. De architect, landschapsarchitect of stedenbouwkundige ziet de ecoloog daarom als een deskundige die  informatie aanlevert. Het liefst heeft de ontwerper de ecoloog niet bij het ontwerp aan tafel. Hij laat het plan hooguit achteraf door hem toetsen. Bij natuurprojecten zijn de rollen vaak omgedraaid. Dan ontwerpen ecologen vaak zelf het plan. De ecoloog ziet de ontwerper dan als iemand die op het laatst nog even zijn natuurproject besteksklaar moet maken. Kortom, er wordt te weinig geïntegreerd en te weinig samen opgetrokken. En dat is te merken: plannen van ontwerpers verpieteren en plannen van ecologen strelen het oog niet.


Sjef Jansen Planecologie is een bureau dat van huis uit veel respect heeft voor ontwerpers. Het wil samenwerken in projecten die ecologisch kloppen én in architectuur en duurzaamheid uitblinken.

WATER EN NATUUR  De zeespiegel stijgt en de rivierafvoeren nemen toe. Hoewel we nog lang door kunnen gaan met pompen, zandsuppletie, dammen bouwen en dijkverhogingen zullen er steeds vaker periodes gaan optreden dat rivierwatermassa’s niet direct  op zee kunnen worden afgevoerd. Een nieuwe generatie oplossingen is nodig: hetzij grootschaliger hetzij flexibeler. Bij de eerste categorie behoren een nieuwe generatie kustverdedigings-werken en inundatievlaktes. Bij de tweede categorie behoren waterinclusieve ontwerpen, zoals drijvend wonen en terpwonen, tussenboezems, vernatten van veengebieden en decompartimenteren van polders.


Sjef Jansen Planecologie werkt mee aan nieuwe generatie  waterprojecten om in te spelen op zeespiegelstijging in combinatie met verhoogde rivierafvoeren.

BELEID EN NATUUR. Nu de begrenzingen van de 162 Natura 2000 gebieden bijna zijn voltooid, dringt de impact op de ruimtelijke ordening tot iedereen door. Over de toelaatbare effecten is niettemin nog veel onduidelijk. Misschien dat de 162 beheersplannen uitsluitsel gaan geven, maar zeker is dat allerminst. Voor het welslagen van een project is het zaak van te voren zoveel mogelijk duidelijkheid te krijgen. Wanneer is er sprake van significante effecten, hoe gaan we om met cumulatie, of met compensatie? Ook aangetroffen Habitatrichtlijnsoorten kunnen voor aardig wat oponthoud zorgen. Omdat de wetgever vaak geen uitsluitsel geeft, lijkt het erop dat jurisprudentie de grenzen van het toegestane gaat bepalen.


Sjef Jansen Planecologie weet veel van Natura 2000. Het bureau kan initiatiefnemers helpen geen uitglijders te maken. Soms zal daartoe een passende beoordeling en een Plan-MER nodig zijn. Ook kan het de beleidsmakers van provincie en gemeente helpen Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden te beschermen in bestemmingsplannen en beleidsnota’s.

MILIEU EN NATUUR. Even leek het wat stiller te worden rond de milieuthema’s verdroging, verzuring, vermesting en verstoring. Immers, fijnstof en CO2 domineerden de discussie in de media. Op het platteland werd gestaag aan de oplossing van de ‘ver’-thema’s gewerkt. De reconstructie van de intensieve veehouderij in combinatie met technische middelen als luchtwassers leken de oplossing voor de stikstofbelasting op natuurgebieden. Dit lijkt nu deels een illusie te zijn.  Voor Natura 2000 blijken veel strengere stikstofnormen noodzakelijk. Ook steeds duidelijker is dat de intensieve veehouderij niet het enige probleem is, de rundveehouderij is er ook nog. Om over uitbreiding van ons wegennet nog maar niet te spreken.


Sjef Jansen Planecologie wil meedenken of er geen oplossing te vinden valt, waar iedereen mee kan leven. Er moeten afspraken worden gemaakt over fasering in de afbouw van de stikstoflast en over welke wijze in een gebied stikstofuitstoot mag worden opgeteld en afgetrokken (salderen).